Blue Lion – eerste Cornish pilot gig in Nederland


De Blue Lion tijdens de wereldkampioenschappen van 1996, Isles of Scilly | Foto Gibson family, worldgigs.co.uk

Gegrepen

Kees Harschel (ROETS, Roeien Electrotechnische School, Amsterdam) en Kees Gramkow (KNZ&RV) werden in 1994 gegrepen door het gigroeien. Ze waren thuis in het sloeproeien, maar Kees Harschel had in Cornwall de veel slankere Cornish pilot gig ontdekt.
Ze stelden een ploeg samen, met daarin ook leden van TIOG (Trekken is ons genoegen, Rotterdam). Ze gingen met de ploeg een keer of vier naar Cornwall om de gig onder de knie te krijgen. Ze deden dat jaar al mee aan de wereldkampioenschappen op de Isles of Scilly. Ze roeiden in de van de Engelsen geleende Bonnet uit 1835.
Het gigroeien – wat men vroeger traditional coastal rowing noemde – met die mooie overnaadse boten, trok Kees Gramkow enorm aan. “Het vraagt veel meer techniek dan het roeien in een sloep.”


Een eigen gig

Kees en Kees pakten door. De Postbank wilde de aanschaf van een gig wel sponsoren en zo gaven ze J&D Currah in Looe opdracht een gig te bouwen, en haalden die in 1995 naar Nederland. Hij werd Blue Lion gedoopt tijdens Sail Amsterdam 1995 en bemand met roeiers van de Electrotechnische School Amsterdam waar Kees Harschel leraar was, samen met roeiers van de Koninklijke.

Maiden trip van de Blue Lion tijdens Sail Amsterdam 1995

Verkocht

Na een aantal jaren is de boot naar TIOG in Rotterdam gegaan en omgedoopt in De Liefde. Die naam staat nu op een polyester gig van TIOG, want in 2014 heeft RV Vegt en Spieghel in Nederhorst den Berg de boot overgenomen en totaal gerestaureerd. De gig vaart nu onder de naam De Vegt.


De eerste Cornish pilot gig in Nederland. Ralph Bird maakte dit halfmodel.

Wat


Op bezoek bij Ralph Bird, die het halfmodel maakte

Blue Lion in aanbouw in de loods van J&D Currah

Blue Lion tijdens de WK bij de Isles of Scilly, 1996

Gebaseerd op een interview met Kees Gramkow in Bij Vlagen 2018-3 (het verenigingsblad van KNZ&RV), en gesprekken met hem in 2020.
Alle foto’s tenzij anders vermeld: Kees Gramkow.